Keuze van de fokdieren
Bevruchting
Niet alle dieren zijn geschikt voor de fok.
Voor het fokken worden alleen dieren gekozen die gezond zijn en altijd gezond zijn geweest. Belangrijk is ook te letten op een goed karakter.
Fok ook niet met dieren die een ziekte hebben gehad of geboren zijn uit ouders die ernstige ziektes hebben gehad.
Fokken met dieren die te nauw verwant aan elkaar zijn geeft meer kans op problemen. Deze nauwe verwantschap brengt aanwezige erfelijke afwijkingen sneller aan het licht.
De gekozen fokdieren moeten ook de specifieke eigenschappen bezitten die bij het ras horen. Al deze raseigenschappen zijn in de standaard beschreven.
Deze eigenschappen moeten ook bij de jonge dieren terug komen of nog beter worden. Op deze uiterlijke raseigenschappen worden de dieren later op tentoonstellingen beoordeeld.
Maar ook als gefokt wordt om een paar jonge dieren erbij te hebben is het nodig dezelfde zware selectiecriteria te gebruiken, anders verliezen de dieren in de loop van de tijd hun raseigenschappen.
Omgaan met drachtige dieren
Als de bevruchting heeft plaats gevonden zien we ruim 4 weken later dat de voedster haar uit haar vacht (vooral van de buik) gaat plukken. Hierdoor maakt ze de tepels vrij voor het zogen en het haar wordt samen het stro gebruikt om een nest te maken.
Bij dwergrassen is het vaak raadzaam om een nestkastje te gebruiken. Dit nestkastje wordt een week voor het werpen in het hok geplaatst.
De dracht van een voedster duurt ongeveer 31 dagen.
In deze periode wordt de voedster met rust gelaten. Wel is het goed de drachtige voedster wat extra krachtvoer te geven.
Als de jonge konijnen geboren zijn is het belangrijk ze met rust te laten. Wel moet gecontroleerd worden of er ook doodgeboren jongen zijn. Deze worden uiteraard uit het nest gehaald.
De jongen worden volledig hulpeloos, onbehaard en met gesloten ogen geboren. Pas na 9 dagen gaan de ogen open.
Voedsters hebben 8 tepels. Zijn er meer jongen geboren, dan moet het aantal terug gebracht worden naar 8 of bij voorkeur naar 6.
Dwergkonijnen krijgen meestal niet meer 3 of 4 jongen, maar ook kleinere nestjes komen vaak voor.
Als de jongen 10 dagen oud zijn moet gecontroleerd worden of de ogen open zijn. Is dit niet het geval, dan moeten de ogen uiterlijk op een leeftijd van 11 of 12 dagen voorzichtig open gemaakt worden.
Als dit niet wordt gedaan, blijven de dieren blind.
Een voedster met jongen mag de hele dag een volle bak met voer hebben. Zij moet zeker 6 weken voldoende melk produceren om de jonge konijnen goed te laten opgroeien. .
Na een week of 6 kunnen de jongen bij de voedster weggehaald worden. Zij worden dan gespeend.
Het weghalen van de jongen wordt niet allemaal tegelijk gedaan, maar verspreid over een aantal dagen. Eerst worden de twee grootste jongen weggehaald en een dag of 2 later weer enkele jongen. Het stoppen van de melkproductie bij de voedster heeft dan een geleidelijker verloop.
Het is niet aan te raden een voedster in een jaar meer dan 3 nesten met jongen te laten krijgen.
Tatoeëernummer
Op een leeftijd van 6 weken worden de jonge konijnen voorzien van een nummer in het oor. Dit is het tatoeëernummer. Het tatoeëren wordt gedaan door een persoon van de plaatselijke kleindierenvereniging.
Met dit nummer is altijd te achterhalen wie de fokker van het konijn is.
In het rechteroor worden twee verenigingsletters en het laatste cijfer van het jaartal getatoeëerd In het linkeroor is het eerste cijfer de letter van de maand en de andere cijfers zijn volgnummers. Aan deze tatoeëring is altijd de leeftijd van het dier af te lezen, evenals bij welke vereniging de fokker is aangesloten.
Zoogperiode
Een konijnenmoeder blijft niet de hele dag bij het nest. Ze bezoekt haar jongen alleen om ze te voeden. Gewoonlijk voedt ze haar jongen eenmaal, hooguit tweemaal per etmaal. Dit voeden gaat heel snel en duurt maar een paar minuten. Ze staat hierbij boven het nest, de jongen drinken op hun rug liggend. Omdat konijnenmelk zo vet en eiwitrijk is hebben de jongen genoeg aan die paar minuten voeding. Na het voeden maakt de moeder het nest weer netjes dicht.
Het snelle voeden gaat vaak ongemerkt aan de eigenaar voorbij en zo kan er twijfel ontstaan of de moeder wel goed voor haar jongen zorgt. Het beste is daarom om twee dagen later opnieuw een nestcontrole te doen. De jongen worden voorzichtig uit het nest gehaald en hun buikjes worden bekeken. Zijn die mooi rond dan krijgen ze genoeg voeding. Het nestje wordt nu verder helemaal met rust gelaten. Zijn de buikjes slap en rimpelig dan krijgen ze geen voeding. Er kan geprobeerd worden ze handmatig groot te brengen, maar in feite draagt dat in dit stadium niet bij aan het welzijn van de jonge konijntjes. Er is speciale melk voor jonge konijntjes te krijgen
Speciale melk voor jonge konijntjes
De melk van konijnen is enorm eiwitrijk. Er kan niet ter vervanging of aanvulling van de moedermelk gewone melk of kittenmelk plus koffiemelk gebruikt worden. Veel beter is de speciale melk te bestellen die de moedermelk het dichtst benaderd qua samenstelling. Deze melk is te bestellen bij Stichting Konijnen Belangen.
Konijntje uit het nest gevallen!
Wanneer een konijntje buiten het nest gevonden wordt, moet het zo snel mogelijk tussen de handen opgewarmd worden en teruggelegd worden in het warme nest. In tegenstelling tot wat altijd gedacht wordt, gooit een konijnenmoeder haar jong niet uit het nest. Het kan wel gebeuren dat ze al bij het nest wegspringt terwijl een jong nog drinkt. Op deze manier sleept ze het jong ongewild uit het nest.
Het moederkonijn verbruikt heel veel energie met het zogen van haar jongen. Het is daarom nodig dat ze onbeperkt mag eten. Het beste kan ze wat eiwitrijker voedsel krijgen. In plaats van gewoon hooi zou ze bijv. alfalfa(luzerne) hooi kunnen krijgen. Dit hooi is erg eiwitrijk en bevat ook veel calcium, beide kan een zogend konijn goed gebruiken. Vers drinkwater moet vanzelfsprekend altijd binnen haar bereik zijn. Bewegingsvrijheid is ook belangrijk, zodat ze de pootjes kan strekken. Door al deze dingen komt/blijft ze in conditie. Ze zal haar nest willen verdedigen en kan daardoor wat brommerig zijn. Maar een konijn dat een goede band met de eigenaar heeft zal het niet erg vinden als deze aan het nestje komt
De eerste 10 dagen slapen de jongen vrijwel de hele dag, dat hebben ze ook hard nodig om te groeien. Na een paar dagen begint de vacht al te groeien en na ca. 10 dagen gaan de oogjes open. Als de oogjes na 14 dagen nog niet (helemaal) open zijn kunnen ze met een watje met gekookt en afgekoeld tot lauwwarm water schoongemaakt worden. Als het niet lukt om de oogjes te openen dan moet de hulp van een dierenarts ingeroepen worden.
Wanneer de jongen 14 dagen oud zijn beginnen ze zich levendig te gedragen en zullen ze het nest uitkomen. Het hok dient bij de uitgang afgeschermd te zijn zodat de jongen niet per ongeluk naar buiten kunnen vallen. Nu kunnen de jongen af en toe korte perioden in de hand genomen worden om ze aan mensen te wennen, dit heet socialisatie. De diertjes zijn springerig pas dus op dat ze niet ineens uit de handen springen. Ze kunnen daarom ook beter niet in kinderhanden gegeven worden, tenzij de kinderen op de grond zitten en oud genoeg zijn om te beseffen hoe teer de konijntjes zijn.
Meeknabbelen met moeders
Als de konijntjes 3 weken oud zijn beginnen ze van het hooi en het groenvoer van het moederkonijn mee te knabbelen. Vanaf de leeftijd van 4 wekenproberen ze van het hardvoer te eten. De moedermelk hebben ze echter nog steeds hard nodig. Ze worden nu heel actief en springerig. Als ze de ruimte krijgen om te rennen en te springen zullen ze uitgroeien tot sterke diertjes met stevige botten en spieren. Het is daarom aan te bevelen om hiervoor een ruimte buiten het hok te creëren waar ze dagelijks een paar uur kunnen verblijven. Langzamerhand eten ze steeds meer vast voedsel mee. Op de leeftijd van 6 weken eten ze ruimschoots groenvoer, hooi en biks, maar drinken ze nog steeds bij de moeder
Wanneer mag het konijntje weg
Jonge konijntjes drinken tot 7 weken bij de moeder en vaak zelfs langer, dat hangt van het moederkonijn af. Met het oog op hun gezondheid en de ontwikkeling van sociaal konijnengedrag is het beter om ze niet eerder van de moeder te scheiden dan wanneer ze 8 weken oud zijn. Scheiding kan uitsluitend eerder als het moederkonijn aangeeft de jongen vervelend te vinden door ze weg te snauwen. Wanneer ze gescheiden moeten worden van de moeder is het het beste om de jongen in het ouderhok te laten en de moeder te verplaatsen. Als de jonge konijntjes niet tegelijk met de moeder-scheiding hoeven te verhuizen geeft dat minder stress.